Schilderen gebeurt bij Rob op gevoel, is plezier, meditatie, noodzaak, bezwering en daarmee helend. Schilderen is al muziek en poezie, voor Rob belangrijke inspiratiebronnen. Nooit af en voor verschillende uitleg vatbaar. Het gaat bovenal over sfeer, een sfeer van menselijk onvermogen, verlatenheid, vergankelijkheid, vervreemding, dood en het ongerijmde. In deze sferen voelt hij zich thuis, al een leven lang. Met als geruststelling: dode materie is blijvend.
Of schilderen ook vrijheid is, valt te betwijfelen. Rob realiseert zich elke dag weer al zijn zelf opgelegde en meegekregen normen en overtuigingen. Hij is ook nog eens een kind van zijn tijd, van zijn voorbeelden en inspiratiebronnen. Veel van zijn schilderwerk is aldus toch enigszins voorbestemd.
Niet alleen voor Rob zelf, maar ook voor de kijker, werkt een schilderij als een spiegel voor de binnenwereld. Een zeker ongemak of de ontdekking van een mooi detail, beschouwt Rob als een compliment. Een schilderij als bron voor een gesprek, een vraag, een raadsel, symbool of associatie. Hij gelooft in geloofwaardigheid van het beeld, niet in perfectie, want wat is dat eigenlijk? Misschien wel die oude vrouw, die bij het kijken naar een schilderij de tekst van Psalm 91 begon te reciteren.
